Dag Iran, hallo Kaukasus

Allereerst wederom bedankt voor alle reacties. Als antwoord op de vraag van Atie en Joop: We hadden inderdaad helemaal geen problemen met tanken. In Iran hebben ze geen Euro95, maar een octaangehalte van 85 of 90. Onze motoren hebben daar gelukkig helemaal geen problemen mee. Verder kunnen we zo’n 400km rijden zonder te tanken en we hebben 2 liter in een jerrycan. Ook zonder jerrycan was dat genoeg in de landen waar we tot nu toe geweest zijn. En Joke, bedankt voor je tips in Armenië, zoals je hieronder kunt lezen/zien hebben we ze opgevolgd!

Autogarages Iran Het vorige verhaal eindigde ik met de opmerking dat we de Russische visa konden ophalen. Helaas kregen we bij het consulaat te horen dat we toch 10 dagen extra zouden moeten wachten op ons visum. Dat zagen we niet zitten (en dan zou ons visum ook weer verlopen) dus we besloten om het in Georgië te gaan regelen. We reden over een mooie route in twee dagen richting Tabriz. Onderweg waren de bouten van mijn carterbeschermer losgetrild, waardoor deze ineens over de grond sleepte. Het was onmogelijk om daarmee door te rijden dus ik zette de motor direct aan de kant, waar toevallig zo’n vijf autogarages naast elkaar zaten. Binnen vijf minuten was alles weer gefixt, terwijl ik in Nederland ongetwijfeld nieuwe onderdelen had moeten bestellen bij Yamaha. Top!

In Tabriz verbleven we op een soort camping, waar Bernard en Heiko al eerder hadden gestaan. De camping was gratis en inclusief toilet, douche en zelfs wifi. ’s Avonds hadden we afgesproken met Amin, degene die ons de vorige keer toen we in Tabriz waren had uitgenodigd in zijn huis. We reden naar een restaurant buiten de stad voor een heerlijke kebab en daarna een wandeling over een berg aan de rand van het stadscentrum, met mooi uitzicht over de stad. Inmiddels was de ramadan begonnen en we waren erg blij met een de kebab (’s avonds na zonsondergang uiteraard), aangezien we al twee dagen op koekjes leefden (alle restaurants zijn overdag gesloten).

Er bleek maar 1 grensovergang naar Azerbeidzjan te zijn die open is voor toeristen, en die ligt aan de kust van de Kaspische zee. We moesten dus nog zo’n 350km rijden om tot de grens te komen, maar gelukkig was het een mooie rit die vooral in de tweede helft bestond uit bochtige bergwegen.  Pas rond 16.30uur kwamen we bij de grens aan en na alle formaliteiten en pogingen tot geld aftroggelen stonden we bij een van de laatste kantoortjes van de grensovergang, namelijk de douane van Azerbeidzjan. Zij eisten een paar duizend dollar borg voor de motoren, die we terug zouden krijgen als we bij de grens van Georgië aankomen. Dat moest er voor zorgen dat wij de motoren niet verkopen in hun land, zonder dat er invoerbelasting over is betaald. Dit is precies waarvoor de carnet de passage is uitgevonden, waarvoor we 3000 euro borg hebben betaald, maar Azerbeidzjan werkt niet met dit document. Uiteindelijk mochten we na lang discussiëren en het laten zien van onze carnets door zonder borg te betalen, gelukkig maar! We hoorden later dat er een paar andere motorrijders waren teruggekeerd bij de grens omdat ze de borg niet wilden/konden betalen, dus we zijn blij dat we hebben volgehouden! Pas tegen 20.00 uur reden we Azerbeidzjan in en met een ondergaande zon achter de bergen reden we naar Lenkoran, de eerste stad in Azerbeidzjan, om een hotel te zoeken. Azerbeidzjan is meteen een volstrekt ander land dan Iran en het deed me meer denken aan Rusland, mede door de grote hoeveelheid Lada’s. Vrijwel elke auto is ofwel een Lada, ofwel een oude Mercedes. De wegen zijn een stuk slechter, de mensen zien er anders uit, overal wordt alcohol verkocht… we zijn zeker niet meer in Iran!  Met hulp van een dronken taxichauffeur vonden we een hotel. Helaas liggen de prijzen in Azerbeidzjan een stuk hoger, een hotel voor minder dan 30 euro per kamer is vrijwel onvindbaar.  Gelukkig hadden ze een restaurant bij het hotel en uitgeput na een lange dag genoten we van een lekkere maaltijd en het eerste biertje sinds een maand!

Vanuit Lenkoran reden we naar Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. We hebben in dit land nog steeds veel bekijks en ook hier zijn de mensen over het algemeen heel vriendelijk. Bij een tankstation kreeg ik een vlaggetje van Azerbeidzjan en die werd direct aan de motor geknoopt. Gelukkig is de benzine in dit land overigens nog wel goedkoop, met 55-60ct per liter. Ongeveer 50km voor Bakoe kwamen we langs een verzameling modder-vulkanen, die we zonder hulp van de lonely planet nooit gevonden zouden hebben. Het was een grappig gezicht: een serie kleine volkaantjes waar elke paar seconden wat gas naar boven komt en daardoor blubber uit de vulkaan wordt geduwd. Daarna reden we de resterende 50km naar Bakoe, met zicht op de Kaspische zee en veel olievelden. Eenmaal in Bakoe werd duidelijk dat het een heel moderne en rijke stad is. Er rijden nog steeds wel wat oude Lada’s rond, maar het overgrote deel zijn moderne nieuwe auto’s waaronder een hoop Mercedes, BMW en Porsche. Veel hoge gebouwen zien er als nieuw uit en zijn in het donker mooi verlicht.

In Bakoe waren aardig wat toeristen en terwijl we in de zon op een terras een biertje dronken bij de lunch, besloten we dat het voor het eerst sinds tijden als vakantie voelt in plaats van reizen. We hebben twee dagen in Bakoe besteed en daarna reden we naar het bergachtige noorden van Azerbeidzjan. De eerste twee uur was een vrij saaie snelweg, met uitzicht op steppe landschap en langs de kust veel olievelden. Het laatste uur veranderde de omgeving ineens en reden we over slingerende wegen door uitgestrekte groene valleien.

Uiteindelijk kwamen we uit in het dorpje Xinaliq, het hoogst gelegen bewoonde dorp van Azerbeidzjan. Winkeltje Xinaliq Het grootste gedeelte van het jaar is het dorp onbereikbaar, waardoor veel traditionele gewoontes en kleding bewaard zijn gebleven. We vonden een guesthouse waar we voor een schappelijk bedrag in de tuin mochten kamperen en waar we  diner en ontbijt kregen. In een soort Russisch supermarktje konden we een biertje kopen en na een wandeling door het mooie landschap dronken we deze voor onze tent met uitzicht op de prachtige groene bergen, terwijl het langzaam donker werd

De volgende bestemming, Lahic, lag ongeveer 40km ten westen van Xinaliq. Afgezien van het feit dat er geen (goede) wegen tussen  de twee plaatsen liggen, is dat een militair berggebied en is het onmogelijk om die afstand zo eenvoudig te overbruggen. We moesten daarom helemaal terug naar Bakoe, om vanuit daar weer richting het Noord-Westen te rijden. Na deze rit van al met al zo’n 350km kwamen we bij een soort camping in de mooi gelegen plaats Lahic, waar we besloten twee nachten te blijven om weer eens een relax-dag in te lassen. Van de relax-dag is weinig terecht gekomen, afgezien van een rustig opstaan. Om 11.00 uur begonnen Heiko, Bernard en ik aan een wandeling  door de bergen, waar we pas om 17.00 uur van terugkwamen. Verder heb ik in Lahic een schapenvel gekocht voor op mijn zadel, dat schijnt goed te zijn tegen de zadelpijn. Op het moment van schrijven kan ik vermelden dat het inderdaad wat beter is geworden!

De volgende bestemming was maar zo’n 2 uur rijden, dus rond lunchtijd zaten we al in de plaats Seki. Daar vonden we een slaapplaats in een zogenaamde homestay, wat in dit geval inhoudt dat een heel vriendelijke en aardig Engels sprekende man een soort guesthouse in zijn tuin heeft. Dit keer hadden we echt een rustdag, waarop we veel onderzoek hebben gedaan voor de volgende landen, visa en grensovergangen. Verder hebben we nog een oud paleis bezocht en uiteraard weer lekker gegeten en gedronken.

Derek en ik zaten te wachten bij een schoenmaker waar Derek zijn kapotgelopen schoenen liet repareren, toen er een man begon te praten tegen onze Duitse medereizigers. Nu gebeurt dat vrij vaak, maar dit keer was het een vrij grappig gesprek. Deze man had een probleem met zijn auto. Hij kon precies aanwijzen welk onderdeel kapot was, maar omdat hij de naam van dit onderdeel niet wist vond hij het lastig om te zoeken naar een vervangend onderdeel. Aangezien het een Duitse auto betrof (Opel) en deze twee toeristen uit Duitsland kwamen, had hij goede hoop dat zij hem wel de naam van dit onderdeel konden vertellen. De Duiters hebben nog een poging gewaagd, maar konden helaas niet helpen. Ik realiseerde me niet hoe grappig deze situatie was, tot ik me probeerde voor te stellen hoe het zou zijn om in Amsterdam aan een willekeurige Japanner te vragen of hij mijn Yamaha kan repareren – da’s toch immers een Japanse motor? Overigens is het opvallend dat, afgezien van in Bakoe, vrijwel iedereen een oude auto rijdt terwijl de politie nieuwe BMWs gebruikt.

Met veel bewolking – en dat hebben we de laatste maand niet vaak meegemaakt – reden we weg uit Seki richting de grensovergang naar Georgië. Dit was sinds de grensovergang naar Turkije verreweg de meest eenvoudige en binnen een uur reden we Georgië in. De overgang was een stuk minder groot dan vanuit Iran naar Azerbeidzjan. Er reden nog steeds veel Lada’s, al zagen we minstens zo veel Mercedes, BMW, Opel en VW, die vrijwel allemaal uit Duitsland geïmporteerd worden. Veel van deze auto’s hebben ook nog Duitse (of Nederlandse) reclame stickers.

Het gebied in het oosten van Georgië (Kakheti) is een bekend wijngebied en we passeerden dan ook veel wijngaarden. De lucht was aardig opgeklaard en begin van de middag lunchten we in de zon in de plaats Telavi. We wilden natuurlijk wel een wijnproeverij doen bij een van de wijnboeren in de regio en hoopten dat we daar dan ook konden kamperen; wijnproeven en motorrijden leek ons namelijk geen goede combinatie. Na bij een aantal wijnboeren geweigerd te zijn voor kamperen gaven we het op en reden we terug nar Telavi, waar we een leuk een betaalbare guesthouse vonden. Vanuit daar zijn we alsnog met de taxi naar een wijnproeverij geweest, waar we na een korte rondleiding met mooi uitzicht een paar wijnen hebben geproefd.

Vanuit Telavi reden we wederom met bewolking richting Tbilisi (zouden we dan echt weer richting het Europese weer rijden)? Gelukkig werd het weer steeds beter en over een mooie bochtige weg met grotendeels goed asfalt reden we Tbilisi in. In Tbilisi hebben we niet veel sightseeing gedaan, maar vooral tijd besteed aan het zoeken van een motorgarage. Het voorwiel van mijn motor was weer wat krom getrokken, waarschijnlijk als gevolg van de blijkbaar tijdelijke reparatie na het ongeluk in Turkije. Verder waren de banden echt versleten, we hadden ze in Griekenland laten monteren en inmiddels zijn we toch al zo’n 13.000km verder en dat is geen verkeerde prestatie voor de banden. We hadden de nieuwe banden sinds Turkije al bij ons en die wilden we nu laten monteren. Helaas blijken er geen motorgarages te bestaan in Georgië. Uiteindelijk vonden we een autobanden zaak die het wel zag zitten om de banden te wisselen en met een beetje hulp van ons is dit goed gelukt.

Voor het kromme voorwiel vonden we een fietsenmaker (fietsen hebben immers ook spaakwielen, het idee is hetzelfde) die wel een monteur wist, waar we de volgende dag terecht konden. De fietsmonteur maakte een begin aan het rechtzetten van het voorwiel, maar kwam tot de conclusie dat er 1 spaak vervangen moet worden. Hij wist nog een paar autozaken te zitten waar ook een motormechanicus tussen zou zitten, zo’n 20km verderop, maar ook daar hadden we geen succes.  Het wiel is inmiddels al iets rechter en er zat weinig anders op dan maar gewoon hopen dat het niet erger wordt en doorrijden. Zo gezegd zo gedaan en een uur later staken we de grens over naar Armenië. De oversteek ging bijzonder soepel, afgezien van een opmerkelijke gebeurtenis. We wisten al dat Armenië en Azerbeidzjan geen vrienden waren, daarom waren immers alle grensovergangen tussen die twee landen dicht en moesten we via Georgië rijden. Maar, de Armeniërs haten Azerbeidzjan blijkbaar zo erg, dat er een grensbeambte naar de motor van Derek liep om de sticker van de Azerbeidjaanse vlag van zijn zijkoffer af te scheuren. Ik besefte me niet meteen wat er nou gebeurde, want zoiets verwacht je toch niet? Maar tja, je kan er moeilijk wat van zeggen tegen zo’n grensbeambte.

Dinner in de homestay Door een mooi groen bergachtig gebied leidde een kronkelige weg ons naar Dilijan, een plaatsje in de bergen waar de Duitse medereizigers reeds een geschikt guesthouse hadden gereserveerd. Het was redelijk bewolkt en niet zo warm, de temperatuur zakte zelfs tot onder de 20 graden (dat is inmiddels koud voor ons) en onderweg werden we nog overvallen door een regenbui, dat hadden we toch al lang niet meer meegemaakt. ’s Avonds had de gastvrouw een lekker diner bereid en samen met een aantal andere reizigers en vakantiegangers (wat precies het verschil is tussen reizen en vakantie brainstormen we al maanden over) genoten wat van de lokale gerechten.

Vanuit Dilijan reden we langs het Sevan meer richting de hoofdstad Jerevan. De zogenaamde strand-resorts aan het meer zijn erg vervallen en bestaan o.a. uit omgebouwde zeecontainers. Toen we even stilstonden bij een van deze sovjet-stranden, werden we uitgenodigd voor thee. Dat sloegen we natuurlijk niet af, dus we gingen mee naar een soort strandhuisje (dat klinkt luxer dan het in werkelijkheid was) waar een hele familie een week verbleef. Een van de familieleden sprak een klein beetje Engels en zo konden we toch nog een beetje communiceren. We werden volgestopt met thee, koffie, koekjes, brood en kaas. Ook werden we uitgenodigd om bij hen te verblijven in hun huis elders in het land. Het voelde weer even of we in Iran waren, met deze geweldige gastvrijheid. Na ongeveer anderhalf uur en nadat iedereen op de foto was geweest met/op de motoren vertrokken we weer richting Jerevan. Inmiddels was ik aardig verkouden geworden en met flinke keelpijn liep ik langs de apotheker om de rest van de dag met Strepsils in de hotelkamer door te brengen.

De volgende dag voelde ik me gelukkig iets beter, maar een dagje uitzieken in het hotel klonk wel als een verstandig plan en dan hadden we meteen de tijd om de resterende tijd in Armenië en Georgië te plannen. De volgende dag hebben we alsnog wat sightseeing gedaan in Jerevan. Er is niet bijzonder veel te bekijken maar met de honderden cafe’s en restaurants heerst er vanaf eind van de middag een erg leuke sfeer.

De volgende ochtend vertrokken we vroeg om de twee mooiste kloosters in Armenië te bekijken, namelijk het Geghard klooster en Khor Virap. De eerste was gelegen in een mooie bergachtige omgeving, maar verder was het er te druk met toeristen. We reden door naar Khor Virap, die vooral bekend staat om het uitzicht op Mt Ararat, de berg waar de Ark van Noach ooit gestrand zou zijn. We hadden helaas pech met het weer, de bewolking zorgde er namelijk voor dat we vrijwel niets van Mt Ararat zagen. Het klooster was daarmee een stuk minder indrukwekkend en ook hier was het overvol met toeristen. Sisian We reden door naar de volgende attractie, een soort Stonehenge. Hier was het ook erg druk, maar dit keer met toeristen in eigen land, namelijk zo’n 50 mensen uit Jerevan. We hadden wat leuke gesprekken met wat mensen uit Jerevan, maar de attractie zelf stelde weinig voor. We besloten door te rijden naar de plaats Goris, in het zuiden van Armenië.

Vanuit daar hebben we de volgende dag het klooster in Tatev bekeken, die is normaliter mooi te benaderen met een cable-car die van de ene bergtop naar de andere gaat. Helaas werkte die op maandag niet, dus hebben wij alles met de motor gedaan. Een mooie route, maar we misten wel het uitzicht vanuit de lift. Na alle moskeeën in Iran zijn we blij dat we nu kerken kunnen bekijken, maar na de zoveelste beginnen ze ook wel een beetje op elkaar te lijken.

We reden door naar Nagorno Karabach, een bestreden gebied (officieel van Azerbeidzjan) waarvan de inwoners graag bij Armenië willen horen, maar dat laat Azerbeidzjan niet zomaar gebeuren. Er zijn in de gevechten voor dit stuk land al veel doden gevallen en het ligt vrij gevoelig. Als je bijvoorbeeld een visum voor Nagorno Karabach in je paspoort hebt staan, dan kom je Azerbeidzjan niet meer in. Het land voelt verder volledig als Armenië, de valuta is hetzelfde, de auto’s hebben Armeense kentekens, ze spreken Armeens, Armenië heeft betaald voor de aanleg van wegen, etc.

We verbleven de nacht in de hoofdstad Stepanakert, waar niet bijzonder veel te beleven is. Verder bezochten we het mooi gelegen klooster van Gandzasar en de stad Agdam. Deze “stad” werd in 1994 gebombardeerd door Azerbeidzjan en is sindsdien verlaten. Het is nu een spookstad bestaande uit leegstaande half afgebroken huizen. Het was best indrukwekkend om er rond te lopen. Er woont nog een enkeling, ondanks dat er geen stroom en water is. Verder zijn er altijd soldaten aanwezig, die ons gebaarden dat we geen foto’s mochten maken. Zie hieronder voor de foto’s.

We wilden de grens naar Armenië oversteken in het noorden van Nagorno Karabakh, waar vrijwel geen toerist komt omdat daar geen openbaar vervoer is. Iedereen die we daarover spraken zei dat het wel mogelijk zou zijn, maar dat de weg daar erg slecht was. Aangezien we inmiddels noppenbanden op onze motoren hadden, wilden we de gok wel wagen en we hebben er geen moment spijt van gehad. Het was een route van zo’n 80km erg slechte weg met veel modder en gaten in de weg, maar de omgeving was schitterend en er was bijna niemand te bekennen. De banden hadden bijzonder veel grip in de slechte omstandigheden en we hadden lol in het off-road rijden. De grensovergang stelde niets voor en we kregen zelfs nog een ijsje,  dit was de beste grensovergang tot nu toe!

Na een overnachting in een simpele Bed & Breakfast zonder breakfast zijn we doorgereden naar Georgië.  We zijn nog wat omgereden om weer langs het Khor Virap klooster te rijden, in de hoop dat we dit keer de berg Ararat op de achtergrond konden zien. Dat was gelukkig het geval, dus dit keer konden we een mooiere foto maken. Daarna reden we door tot net over de grens in Georgië, waar we een goedkoop hotel vonden.

De eerstvolgende bestemming was Batumi, een populaire stad aan de kust van de Zwarte Zee. We hadden de keuze uit twee wegen en wij verkozen de lange onverharde bergpas. Het was zo’n 60km off-road en dat duurde redelijk lang, maar was qua uitzichten absoluut de moeite waard. Begin van de middag kwamen we aan in ons hostel in Batumi, waar we samen met wat andere toeristen de rest van de dag hebben doorgebracht. Ook de volgende dag hebben we niet veel uitgevoerd: gezwommen in de Zwarte Zee, op het strand gelegen, rondgelopen door de stad en lekker uiteten geweest samen met een groep uit het hostel.

Na Batumi reden we naar Mestia, een dorp in het noorden van Georgië en midden in het Kaukasus gebergte. We hadden helaas niet veel geluk met het weer en door de bewolking hadden we geen geweldig zicht. Vanuit Mestia zijn we verder de bergen in gereden naar de plaats Ushguli. Tot daar rijdt er nog wat openbaar vervoer, maar door de slechte weg is dat niet erg betrouwbaar. Verder dan Ushguli rijdt er helemaal geen openbaar vervoer meer en de weg zou alleen toegankelijk zijn voor 4×4 wagens. Off-road Dat klonk als een leuke uitdaging dus namen wij die 120km lange onverharde weg, die door de vele regenval extra uitdagend was. We waren erg blij met onze off-road banden en het was redelijk zwaar rijden, maar erg gaaf. We deden er ruim 5 uur over en aan het einde van de middag vonden we een homestay waar we konden overnachten. Het oudere stel dat de homestay runt was erg gastvrij en de man vond het leuk om zijn eigengemaakte witte wijn en chacha (soort wodka) te schenken. Hij kreeg het voor elkaar om vrijwel alle gasten aardig wat te laten drinken, dus aan het einde van deze zware dag vielen we na de nodige drankjes als een blok in slaap.

De volgende dag reden we naar Tbilisi, waar we ons Russische visum hebben opgehaald. Die gaat op 9 augustus in en tot die tijd willen we Tbilisi verkennen (toen we hier twee weken geleden waren zijn we vooral met de motoren bezig geweest). Na Tbilisi rijden we in twee dagen naar Rusland, waarvoor we een 10-dagen visum hebben om naar Oekraïne te rijden. We hebben er zin in en hopen/verwachten dat Rusland wat minder toeristisch is. We zijn inmiddels alweer een maand in de Kaukasus landen geweest en het is leuk om weer een nieuw land te verkennen.


20 Reacties

  1. Hans Broeder

    Ha Marco en Derek,

    Fantastisch verslag weer en prachtige beelden !
    Was de wijn nog te drinken ?
    Kijk uit naar het volgend verslag. Veel plezier in Russia !! Misschien komen jullie Snowden nog tegen. Iedereen krijgt tegenwoordig maar een visum……

    groet,

    Hans

  2. Ralf

    Ha Marco en Derek,
    Weer een mooi verhaal over een schitterende omgeving. Leuk vooral om te lezen over de noordelijke grensovergang van Nakorno-Kharabach met Armenie. Had daar ook op gegokt maar op fiets uitendelijk niet gedaan. Schat in dat het nu echt langzaamaan richting huis gaat?
    Plezier nog even. Groetjes

    Ralf

  3. Aad

    Hoi mannen,
    Weer een super spannend verslag. Goed voor de armspieren zo’n off road ritje!
    Nu weer gezond eten en drinken ook overdag. Alvast een goede tijd in Rusland. En natuurlijk (geen) wodka.

    Groetjes uut Wehl

    Tony en Aad

  4. Ron en Wil

    Hallo Derek en Marco.
    Wat een avonturen. Heerlijk om te lezen en de prachtige foto’s te bekijken.
    En wat een geduld zullen jullie moeten hebben gehad bij al dat geneuzel om de grens over te mogen.
    Ik denk niet dat ik ver gekomen was met mijn ongeduld.
    Veel plezier nog.
    Groetjes Ron en Wil

  5. Joop en Anja

    Het blijft voor ons iedere keer weer een belevenis het verslag te lezen en de foto’s/film te bekijken. Bedankt alvast voor jullie fantastische geschiedenis en aardrijkskundelessen!

    Veel plezier nog en een goede (vakantie)reis verder,

    Joop en Anja

  6. Rinze en oma

    prachtige beelden mannen !! we hebben weer genoten van een zeer gedetailleerd verslag . Nu na de wijnproeverij naar de wodkaproeverij ( ook daar kun je weer goed op slapen) . Kijk uit voor Poetin , want zelfs Obama wil nu niet bij hem op bezoek . Geniet van het voorbij glijdende landschap en de vriendelijke medemens.
    Goede reis en tot horens, gr. van Rinze en de wederom meerijdende oma Reinbergen.

  7. Gertrude

    Wat is onze vakantie toch eenvoudig Marco in vergelijking met jullie avonturen! Kamperen in de Betuwe en aan de Moezel! De zadelpijn herken ik. Ook maar op zoek vaar een schapenvachtje! Goede reis in Rusland gewenst. Groetjes Hans en Gertrude

  8. manda

    ha marco en derek,
    Wat een mooie verhalen en fotoos. Iedere keer weer fantastisch om jullie belevenissen te lezen.
    Het ga jullie goed in Rusland, en marco: dank voor je email, maar jammer dat je dus niet even op Tom’s verjaardag kan komen.
    Ik kijk uit naar het volgende verslag.
    liefs van manda

  9. marjanne

    Hoi Derek en Marco,
    door jullie mooie verhalen, foto’s en beelden hebben wij ook weer een deel van jullie reis kunnen meebeleven! goede reis verder en neem af en toe een dag vakantie!
    groeten uit Zelhem, Frank en Marjanne

  10. Frans W.J. van Bochoven

    Heb met heel veel belangstelling dit 6e reisverslag en de bijbehorende foto’s in me opgenomen. Wat maken jullie toch veel mee en wat een onuitwisbare indrukken, die jullie je hele leven zullen koesteren. Ik geniet er echt van! Ik heb een buurman, die ook wel geïnteresseerd is in jullie reis. Hebben jullie bezwaar dat ik hem het een en ander toespeel? Weet nog niet hoe, maar dat weet hij wel. Jongens, het allerbeste en geniet maar van deze reis! Groetjes van Frans van Bochoven.

  11. corrie weeda

    Wat een mooi verslag weer, mooie foto’s en wat maken jullie veel mee.
    Ze zeggen weleens dat een kat zeven levens heeft;
    zou alles wat jullie meemaken in ‘zeven mensenlevens ‘ passen ……..?
    Goede reis verder, pas goed op jezelf en op elkaar.
    Het wordt nu kort dag, niet helemaal wat jullie hadden gepland. Maar het gaat zoals het gaat.

    Hart. groeten,

    corrie weeda

    e

  12. Pingback: who will prescribe hydroxychloroquine

  13. Pingback: hydroxychloroquine for sale mexico

  14. Pingback: covid and hydroxychloroquine

Geef een reactie