Auteursarchief: Marco Broeder

Well come to Iran

Allereerst weer bedankt voor alle reacties. We vinden het leuk om onze ervaringen te delen via deze site en het is heel leuk om te horen dat het veel gelezen wordt. Bij het vorige bericht schreven we dat we hoopten het volgende bericht vanuit Iran te kunnen schrijven en we zijn erg blij dat dit is gelukt!

Het vorige bericht plaatsten we vanuit Malatya in Turkije. Vanuit daar zijn we naar Hazar Golu gereden, een meer zo’n twee uur ten oosten van Malatya. Het was er mooi weer en met hulp van een schapenherder vonden we een ideale kampeerplaats met uitzicht over het meer. ’s Avonds hebben we voor het eerst sinds tijden weer eens zelf gekookt, dit keer met een bbq-rekje zoals ze dat overal in Turkije doen. Toen we lekker zaten te eten bij zonsondergang met uitzicht over het meer, beseften we ons maar al te goed dat we – ondanks de vertraging door visa – niets te klagen hebben!

Op de kampeerplaats aan het water hebben we drie dagen gestaan. Het weer was goed, het uitzicht was mooi en het kostte niets. Elke dag kwamen er wel wat mensen langs om een praatje te maken, voor zover mogelijk. De tweede dag kwam er een man op een oude mountainbike langs, die na een kort praatje weer wegfietste. Kort daarna stapten wij op de motor om ergens wat te gaan eten, maar toen we wegreden zagen we al snel diezelfde man met de fiets  aan de hand lopen. Zijn fiets was kapot en hij vroeg of we hem naar zijn huis konden brengen, zodat hij met de auto zijn fiets kon ophalen. Dat wilden we natuurlijk wel doen, dus we brachten hem naar zijn boerderij zo’n 4km verderop. Eenmaal daar werden we uitgenodigd om thee te drinken en al snel kwam er brood en allemaal verschillende soorten kaas op tafel. Samen met zijn familie aten we daar het avondeten en kort voordat het donker werd reden we weer terug naar onze tent. Zo maak je elke dag wel weer wat mee!

De laatste avond aan het meer waren we net aan een filmpje begonnen op de laptop, toen het ineens begon te regenen. Het werd steeds heftiger en we gingen gauw onze tenten in. Toen de regen over ging in hagel, hoopten we dat het niet erger zou worden en dat de tenten er niet onder zouden lijden. Voor het eerst hebben we de scheerlijnen van de tent gebruikt, want het begon ook nog eens aardig te stormen.

Na een enigszins onrustige nacht konden we ’s ochtends met prima weer onze tenten inpakken en onze reis voor de tweede keer richting Erzurum starten. We namen een mooie route met veel stukken off-road (goed rijdbare gravelwegen). Het plan was om halverwege Erzurum nog een nacht te wildkamperen, maar vanaf 1uur begon het te regenen en dat hield maar niet op. Na de lunch besloten we om meteen door te rijden naar Erzurum, we hadden geen zin om de tent op te zetten in de regen. Dat betekende wel dat we nog zo’n 300km over slecht geasfalteerde wegen en in de stromende regen moesten rijden. Dat was redelijk afzien, we reden ook redelijk hoog in de bergen en het was nog maar 7 graden. Toen onze handschoenen helemaal doorweekt waren hadden we het goed koud. Toen we gingen tanken zag het personeel van het tankstation dat we het koud hadden en direct werden we binnen voor een straalkachel gezet met thee. Dat maakte toch wel weer een hoop goed! Toen we weer op de motor stapten voor het laatste stuk, was de regen een stuk minder geworden en deed het zonnetje zelfs zijn best en zorgde voor een mooie regenboog. Enigszins opgedroogd arriveerden we weer in Erzurum, waar we uiteindelijk 10 dagen in “ons” hotel zijn verbleven.

Toen we eindelijk bericht kregen dat onze paspoorten weer opgehaald waren bij het Pakistaanse consulaat in Nederland, bleek dat we een single entry visum hebben gekregen in plaats van de door ons aangevraagde double entry. Dat betekent dat we niet meer naar India kunnen, dan zouden we daarna namelijk niet meer Pakistan in kunnen komen. Dat was wel even flink balen, maar we realiseerden ons ook dat het voor de tijdsplanning wel goed is, aangezien we al drie weken hadden verloren in Turkije door het visumgezeur. We lieten de paspoorten weer terugsturen met DHL en bereidden ons voor om het visum voor Iran aan te vragen zodra de paspoorten terug zouden komen. Daarmee stuitten we op de volgende grote onzekerheid, er waren namelijk binnenkort verkiezingen in Iran en daarom zouden veel toeristen geweigerd zijn. De Iraanse overheid is bang dat toeristen eventuele demonstraties gaan filmen en verspreiden. We hoorden van Ralf, de Nederlandse fietser die we vlakbij de noordkust van Turkije hadden ontmoet, dat hem het visum voor Iran was geweigerd. Verder hoorden we verhalen over Engelse motorrijders die wel een visum hadden, maar bij de grens alsnog werden teruggestuurd. visum We werden wel enigszins moedeloos van die berichten en begonnen al naar alternatieven te kijken voor Iran, die er eigenlijk niet echt bleken te zijn. We waren dan ook heel erg blij toen we na een paar dagen ons visum konden ophalen bij het Iraanse consulaat! Wij hadden al een autorisatiecode vanuit het ministerie in Iran ontvangen waarmee we ons visum konden aanvragen en blijkbaar kon het daarmee alsnog lukken. Als we deze autorisatiecode niet hadden gehad, of een week later hadden aangevraagd, zouden we het visum niet hebben gekregen.

We hoorden dat de grensovergang in het zuiden van Turkije makkelijker zou zijn dan die vlakbij Erzurum, dus we besloten om dan maar om te rijden via het zuiden.  Daar hadden we geen spijt van, want het was een erg mooie route ondanks dat er veel militairen aanwezig waren (het is Koerdisch gebied, de militairen zullen er dus vast vanwege de PKK zijn). Die avond hebben we voorlopig voor de laatste keer met een biertje geproost, aangezien alcohol in Iran verboden is. De volgende dag hoefden we nog maar twee uur te rijden tot de grens. Eenmaal bij de grens moesten we langs een paar verschillende kantoortjes om allerlei papieren te laten stempelen. Er stond nergens aangegeven welk kantoor waarvoor was, dus gelukkig kregen we hulp van verschillende mensen die ons naar de juiste kantoortjes leidden. Bij de douane moesten we alle bagage open maken voor een controle. Al met al stonden we zo’n twee uur later aan de andere kant van de grens, eindelijk was het dan toch gelukt: IRAN!

well-come-to-iran

Binnen de eerste kilometer kwam er al een auto naast ons rijden, waarvan de bestuurder gebaarde of we wat wilden eten. Aangezien we net onderweg waren, sloegen we het aanbod af. Vanuit andere auto’s werd al geschreeuwd “where are you from?” en “welcome to Iran!”. Fantastisch, we hebben al vaak gehoord dat Iraniërs onwijs vriendelijke mensen zijn en dat werd meteen bevestigd. Het eerste stuk rijden was niet spectaculair, het landschap was glooiend en bestond uit vrijwel niets. Na ongeveer een uur reden we over de brug over Lake Urmia, een gigantisch zoutwatermeer dat de laatste jaren flink is gekrompen in omvang.

Aan het einde van de middag vonden we een hotel in de stad Tabriz, waar we de volgende ochtend een gigantische overdekte bazaar hebben bezocht (volgens wikipedia de grootste ter wereld). De zeer behulpzame eigenaar van de Tourist Information liep met ons mee naar een geldwisselkantoor, waar we euro’s hebben gewisseld naar Rials. Eén euro is gelijk aan ongeveer 43000 Rials,  dus we waren beiden meteen miljonair. Alles is overigens heel goedkoop in Iran. Benzine is helemaal lachen, we tanken 6 liter benzine voor 1 euro. Voor eten betalen we meestal zo’n 4 euro voor met z’n tweeën, al worden we soms wel afgezet als toeristen (en dan betalen we 10 euro). De goedkopere hotels kosten tussen de 12 en 20 euro met z’n tweeën. Op deze manier kunnen we het wel even volhouden in Iran!

Nadat we de bazaar hadden bezocht stapten we weer op de motor en reden we richting Kandovan, een plaatsje op ongeveer anderhalf uur rijden van Tabriz waar mensen in huisjes leven die uit rotsen zijn gehakt – een soort klein Cappadocië. Het was best een leuk gezicht en er waren duidelijk veel Iraanse toeristen. Uiteraard begonnen weer veel mensen een praatje met ons toen we de motor hadden geparkeerd. Eén van deze mensen was Amin, een man die een tijd in Thailand en Australië heeft gewoond en daardoor best goed Engels spreekt. Hij nodigde ons uit om samen met hem en zijn vrienden thee te drinken en waterpijp te roken. Het werd duidelijk dat hij een vrij welvarende vriendengroep had, vrijwel allemaal met een eigen bedrijf en allemaal de nieuwste iPhone. Amin stond er op dat we mee gingen naar zijn huis in Tabriz (waar we net vandaan kwamen). Zijn vrienden kwamen vanuit Tehran speciaal voor hem naar Tabriz gereden (6uur rijden) en bleven dus ook bij hem overnachten. We reden achter hen aan terug naar Tabriz en er kwam vrij snel wodka en bier op tafel… Het mag dan wel verboden zijn in Iran, maar blijkbaar is er toch nog prima aan te komen. De tweede avond in Iran zaten we dus al aan het bier, wie had dat gedacht! Pas rond 12 uur ‘s nachts gingen we met z’n allen uiteten en daarna nog een rondje lopen door een groot park, waar het nog verbazingwekkend druk was gezien het tijdstip. De volgende ochtend werd er ontbijt gehaald: gekookte lamsmaag met een soort dun brood dat naar matzes smaakt. Gekookte lamsmaag ziet er net zo smerig uit als het klinkt, maar het was eigenlijk best prima te eten. Na het ontbijt zijn we weer op de motor gestapt richting Ardabil, een plaats die bekend staat om de thermale baden. Onderweg werden we overvallen door een snoeiharde hagelbui, die serieus pijn deed vooral op onze bovenarmen. Er was geen schuilplaats te bekennen dus we konden niets anders dan doorrijden. We hebben er nog een paar dagen kleine blauwe plekken aan overgehouden. In de thermale baden van Ardabil hebben we lekker ge-relaxed, dat konden we wel gebruiken na een erg korte nacht en de pijnlijke hagelbui.

Na Ardabil zijn we naar Masuleh gereden, dat is een mooi dorp tegen een bergwand gebouwd. De weg naar Masuleh was fantastisch, het begon als een slingerende weg met perfect asfalt, waarbij we langzaam de bergen in werden geleid. Plotseling hield het asfalt op en moesten we de laatste 30km over (goed rijdbaar) gravel rijden. We slingerden omhoog en reden door de wolken tot zo’n 2500 meter hoogte. Door de wolken zagen we soms geen hand voor ogen en door het vochtige weer werd de weg ook een beetje modderig en ontstonden er plassen water – maar ach, dat maakte het wel avontuurlijk. Toen we eenmaal de wolken uit reden hadden we schitterende uitzichten door groen beboste bergen. We hadden niet zulke mooie groene berggebieden verwacht in Iran, maar meer droge woestijngebieden – die we ongetwijfeld ook nog krijgen.

In Masuleh raakten we tijdens het avondeten aan de praat met een paar Iraanse jongens. Toen de oproep voor het gebed klonk, wilden de jongens naar de moskee gaan en wij mochten mee. Voordat we de moskee in gingen lieten ze ons zien hoe je je armen, voeten en hoofd hoort te wassen voor het gebed, een vrij strikt gebruik. De moskee zag er van binnen erg mooi uit en we keken toe hoe ze hun gebeden uitvoerden. Leuk om eens meegemaakt te hebben. Helaas spraken ze niet zodanig goed Engels dat ze alles goed konden uitleggen.

De volgende dag zijn we langs de kust van de Kaspische zee naar Chalus gereden, de route was niet zo bijzonder. Een paar minuten nadat we hadden ingecheckt bij het hotel en onze paspoorten hadden afgegeven, werd bij onze kamer aangeklopt en gevraagd of we bepaalde papieren hadden, een “degree to drive your motorbike in Iran”. Ik vroeg of hij mijn rijbewijs bedoelde, maar hij zei van niet. Toen ik zei dat we het dan niet hebben, vroeg hij of we naar beneden wilden komen. In de lobby stonden twee mannen op ons te wachten die blijkbaar van de politie waren. De man die naar onze kamer kwam was slechts een vertaler. We moesten op een bank gaan zitten, wachten en af en toe wat vragen beantwoorden. Er werd ons uitgelegd dat ze in verband met de verkiezingen wat extra checks willen uitvoeren. Gelukkig kregen we nog thee van de hoteleigenaar, die er zichtbaar van baalde dat zijn gasten werden vastgehouden door de politie. Thee drinken ze hier trouwens niet met twee klontjes suiker IN de thee, maar ze dopen een klontje er in en stoppen het dan tussen hun tanden om daar doorheen dan de thee te drinken. Wij doen dit maar niet, ik geloof niet dat mijn tandarts dat goedkeurt (toch Olaf?). Regelmatig zagen we de agenten bellen met, vermoedelijk, het hoofdkantoor. Aangezien er WiFi was in het hotel, wilde ik even mijn mail gaan checken op mijn mobiel, maar dat mocht ook niet – mijn mobiel moest ik weg stoppen. Na ongeveer twee uur kwam er een andere agent en die vroeg om motorpapieren die door de douane gestempeld moesten zijn. We lieten hem de carnet de passage zien en toen bleek dat de andere agenten daar ook op hadden gedoeld in eerste instantie. Alles was in orde en we mochten weer gaan. De agenten boden hun verontschuldigingen aan, ze deden ook alleen maar wat hen werd opgedragen. Naast dit voorval merken we aardig wat van de verkiezingen. Overal hangen posters van kandidaten en verzamelen groepen mensen. Ook hebben we begrepen dat internet erg traag is doordat de overheid het heeft afgeknepen voor de verkiezingen. Wat de gedachte hierachter is begrijpen we niet zo goed.

’s Avonds raakten we aan de praat met drie meiden. Ze vertelden ons dat ze balen van het feit dat ze o.a. worden verplicht om hoofddoekjes en lange jassen te dragen. Veel meiden dragen de hoofddoekjes achterop hun hoofd, om nog zoveel mogelijk haar te laten zien. Twee van de drie meiden waren afgestudeerd in rechten, maar al anderhalf jaar werkloos. Het is voor vrouwen lastig om werk te vinden, terwijl vrouwen in Iran beter opgeleid zijn dan mannen. Ze spreken over het algemeen ook beter Engels, hebben we gemerkt. Het is wel heel erg dat de vrouwen zo worden belemmerd in hun rechten. We merkten tijdens ons gesprek ook dat ze zich er echt druk over maken. Ze vertelden ook dat er zoveel vrouwen studeren omdat ze verandering teweeg willen brengen in Iran. Ik ben erg benieuwd hoe het er voor staat over 5 of 10 jaar. Wellicht brengt de nieuwe president na de verkiezingen al positieve veranderingen met zich mee.

De weg tussen Chalus en Tehran staat bekend als een mooie weg en dat is het ook absoluut. De slingerende weg met goed asfalt vormt een ideale weg voor motorrijders, die er in Iran niet zijn aangezien motoren met meer dan 250cc hier verboden zijn (behalve voor toeristen). Helaas was het wel erg druk op de weg, waardoor we vaak achter langzame rijen auto’s zaten. Na hoogtes van ongeveer 2600 meter te hebben bereikt daalden we af richting Tehran, waar we over de snelweg binnen kwamen. De temperatuurmeter telde langzaam op tot 42 graden. Eenmaal in Tehran vermaakten we ons met het chaotische verkeer. Toen we het hotel niet konden vinden vroegen we een politieagent op een brommer, die ons vervolgens escorteerde naar ons hotel.

Die avond zijn we met de metro naar het noordelijke (duurdere) gedeelte van Tehran gegaan. We hadden afgesproken met een vriend van Shahram, de Iraanse jongen die we in Istanbul hadden ontmoet. Deze jongen, Ashkan, woont samen met zijn vrouw Ilnaz in een mooi appartement. Hij liet videos zien van zijn erg gave hobby: met 4×4 wagens door de woestijn crossen. Verder hebben ze nog wat tips gegeven over wat we moeten bezoeken in Tehran en Iran. Rond 1 uur ’s nachts gingen we er weer vandoor en Ashkan stond er op om ons een stuk weg te brengen met de auto, waarna we een taxi naar het hotel zouden nemen. Toen bleek dat de straten volledig vast stonden door mensen die met de auto de straat op gingen om voor de verkiezingen posters uit te delen en met beplakte auto’s rond te rijden. Al met al waren we pas tegen 4 uur terug bij het hotel, terwijl we de volgende ochtend om half 8 weer moesten opstaan om het visum voor China aan te vragen. In Iran is vrijdag een vrije dag (veel logischer dan zondag), dus om tijd te besparen moesten we op donderdag het visum aanvragen en de ambassades gingen om 1uur dicht. Eerst moesten we een brief bij de Nederlandse ambassade halen, een soort van bewijs dat we in Nederland wonen. Het was grappig om weer eens Nederlanders te spreken in de ambassade. Daarna konden we naar de Chinese ambassade, waar alles vrij voorspoedig verliep. Komende dinsdag kunnen we onze visa ophalen en dan hebben we eindelijk alle visa compleet!

Die middag lagen we te slapen in onze hotelkamer – dat was nodig na de korte nacht – toen er op de deur geklopt werd. Het waren twee Duitse motorrijders, die ik al eerder via email gesproken had. Ik was er via een forum achter gekomen dat ze ongeveer dezelfde route doen naar India en rond hetzelfde tijdstip. Toevallig zijn ze in hetzelfde hotel terechtgekomen. Die avond hebben we samen gegeten en wat verhalen uitgewisseld. Zij gaan al snel weer weg uit Tehran, maar we hebben afgesproken om het laatste stuk van Iran en het eerste stuk van Pakistan, waar we verplichte politie-escorte krijgen, samen te doen. We zullen ze ongetwijfeld tussendoor nog vaker tegenkomen in de steden van Iran.

Dinsdagavond komt Amin, die we in Tabriz hadden bezocht, met het vliegtuig naar Tehran om met zijn vrienden een avondje te feesten en hij heeft ons uitgenodigd om mee te gaan “to make party”. Vanaf woensdag zijn we van plan om in 2 of 3 dagen naar de stad Isfahan te rijden, dat schijnt erg mooi te zijn. We zijn erg benieuwd wat ons nog te wachten staat en vinden tot nu toe Iran een geweldig land.

Wordt vervolgd…. Groeten uit Iran!

Iets langer in het mooie Turkije

Wederom willen we iedereen bedanken voor alle leuke reacties!

De motor van Marco was gelukkig vrij snel en zeer vakkundig gerepareerd, zodat we op 4 mei weer verder konden richting Cappadocië. De rit begon met een paar uur rijden over een redelijk saaie soort snelweg. Ineens zagen we het landschap veranderen, zo’n 10 minuten voor aankomst bij de camping. Vanuit een enigszins glooiend landschap verschenen er ineens grote rotsformaties in bijzondere vormen.

Op de camping werden we ontvangen door een Turk die is opgegroeid in Vlaams België en prima Nederlands sprak. We hebben aan hem veel dingen kunnen vragen over de Turkse cultuur en de verschillen met de onze. Ook vertelde hij dat de vreemde vormen van de rotsen in Cappadocië zijn ontstaan door de verschillende soorten gesteenten die in verschillend tempo verweren.

De volgende dag hebben we de toerist uitgehangen (het is er dan ook wel erg toeristisch). We hebben de underground city bekeken (die enigszins tegenviel), de eerste Christelijke kerk van Cappadocië, die is uitgehakt uit een rotsformatie, een pottenbakker met een enorme ondergrondse winkel en de mooie valleien met bijzondere rotsformaties. Elke ochtend bij zonsopkomst stijgen er tientallen luchtballonnen op, een populaire (en dure) toeristische attractie. Janjaap is een ochtend vroeg opgestaan om het te fotograferen.

Op de camping hadden we een Griekse motorrijder ontmoet die er al enkele dagen zat. Hij was professioneel fotograaf en vond het erg leuk om samen met ons naar wat mooie plekken te rijden om foto’s te maken.  Hij liet ons nog wat plaatsen zien die wij nog niet hadden ontdekt, maar die we toch echt niet hadden willen missen.

Daarna zijn we doorgereden richting Nemrut Dagi, waar we ongeveer 2 dagen over verwachtten te doen. De route was boven verwachting mooi, met slingerende wegen afgewisseld met stukken off-road. Na een half uur off-road te hebben gereden door de bergen, met een fantastisch uitzicht, konden we ineens niet doorrijden door een pak sneeuw op de weg. Hier konden we helaas niet door- of omheen, dus moesten we omkeren en een stuk omrijden. Eenmaal terug op de doorgaande weg werden we uitgenodigd voor een kopje Cay (thee). We kwamen tussen zo’n 30 oude Turkse mannen te zitten die allemaal aan tafels rummikub aan het spelen waren. Ze vonden ons allemaal reuze interessant en een paar mannen spraken nog een woordje Duits.

Er komen hier duidelijk nauwelijks toeristen, gezien de enthousiaste en soms verbaasde reacties van mensen langs de weg. Vrijwel niemand spreekt hier meer Engels, maar iedereen is erg vriendelijk.

We hadden weer een mooie plaats gevonden om te wildkamperen. Toen we ’s ochtends de tenten aan het opruimen waren, bedachten we dat het voor het eerst was dat we geen nieuwsgierig bezoek kregen bij het wildkamperen. Dat kon natuurlijk niet waar zijn, dus kwamen twee lokale boeren aangelopen. Een oude man en een iets jongere, die beiden geen woord Engels spraken. Ze kwamen rustig bij onze tenten zitten in de hoop van ons een kopje thee te krijgen, maar dat is voor ons niet zo eenvoudig te zetten. We hebben voor dit soort situaties een pakje sigaretten gekocht, zodat we altijd iets kunnen aanbieden (de meeste Turkse mannen roken sigaretten). Ze sloegen het aanbod af, want ze hadden al pruimtabak. Ze vonden het duidelijk geen probleem dat we daar hadden overnacht. Ze bleven wel lang zitten, terwijl we eigenlijk geen woord konden wisselen. Toen ze na zo’n 20 minuten nog niet uit zichzelf weggingen, gebaarden we dat we gingen opruimen en verder wilden. Als vriendelijk gebaar hebben we nog een setje delftsblauwe klompjes (sleutelhanger-formaat) cadeau gegeven. Enthousiast gebaarden ze dat ze die aan de binnenspiegel van de auto gingen hangen. Na afscheid te hebben genomen liepen ze weer verder op hun slippers door de weilanden en sloten.

We reden steeds meer de bergen in, waar het erg mooi maar ook koud en regenachtig was. We moesten entree betalen om het park “Nemrut Dagi” binnen te rijden. Toen we vroegen of we op de berg ook konden kamperen werd ons verteld dat dit wel mogelijk is, maar dat het wel koud zou zijn. Met onze 0-graden-celcius-slaapzakken durfden we dit wel aan. De weg eindigde bij een parkeerplaats met een toeristisch café, dat als startpunt diende voor een wandeling die in een paar honderd meter naar de top van de berg leidde. Op de top staan overblijfselen van stenen sculpturen van mythische goden. Deze beelden waren mooi, op zich vonden we die niet alle toeristische aandacht waard. Het mooist zou echter de zonsopkomst en –ondergang zijn. We liepen weer terug naar het toeristisch startpunt , waar ons werd toegezegd dat we de tenten mochten neerzetten naast de stacaravan waar het cafépersoneel sliep. Nadat we onze tenten hadden opgezet, is Marco weer naar boven gelopen om de zonsondergang te bekijken. Derek en Janjaap vonden het wel mooi geweest met de steile wandeling en bekeken de zonsondergang vanuit het onze kampeerplaats. De zonsondergang was prachtig en Marco heeft, samen met nog zo’n 80 andere toeristen, nog een paar mooie foto’s kunnen maken.

De volgende ochtend zijn Janjaap en Marco om kwart voor vijf opgestaan voor de zonsopkomst. Het was even vroeg opstaan, maar absoluut de moeite waard. Samen met dit keer zo’n 40 andere toeristen konden we de zonsopkomst fotograferen vanaf de top van Nemrut Dagi. Tegen 6en waren we weer terug bij de tent en besloten we om dan maar vroeg richting Erzurum te vertrekken, waar Derek en Marco de visa voor Iran en Pakistan zouden regelen en Janjaap afscheid zou nemen om in zijn eentje aan de terugreis te beginnen. De lange rit van zo’n 500km begon mooi en na een uurtje rijden moesten we een korte oversteek maken met een veerpont, waar iedereen achteruit op moest rijden (ook grote touringbussen) om er aan de overkant weer vooruit af te kunnen.

Erzurum ligt op 2000 meter hoogte en ligt in een bekend skigebied. Kortom, het was er vrij koud (tussen de 10 en de 15 graden ervaren wij inmiddels als koud) en het regende er ook nog eens regelmatig. Op de weg er naar toe werd dit al duidelijk en de laatste twee uur rijden vormden met de kou, regen en erg slecht asfalt dan ook niet de meest plezierige rit. Eenmaal in Erzurum werd het gelukkig droog en ’s avonds hebben we in een restaurant waar ze bier schonken het laatste avondmaal gevierd. Dat ze bier schenken in een restaurant is in Turkije overigens allesbehalve vanzelfsprekend. Sterker nog, zelfs in cafés schenken ze geen bier. Moslims mogen geen alcohol drinken en als er in een winkel, café of restaurant wel alcohol wordt verkocht dan willen de wat meer conservatieve moslims er niet naar binnen. Omdat ze geen klanten willen wegjagen is er dus geen enkele supermarkt en vrijwel geen restaurant of café te vinden dat alcohol verkoopt. Wel zijn er enkele kleine winkeltjes (soort tabakszaken) te vinden met het logo van Efes (Turks bier) voor de deur, waar alcohol gekocht kan worden die je vervolgens in een zwart plastic tasje meekrijgt. Mensen op straat moeten immers niet zien dat je bier hebt gekocht… Als je iemand met een zwart plastic tasje ziet lopen weet je natuurlijk meteen hoe laat het is, maar toch.

De volgende ochtend hebben we afscheid genomen van Janjaap, die op het moment van schrijven alweer in Europa is aangekomen (Bulgarije). Hij gaat via Bulgarije, Macedonië, Albanië, Montenegro, Bosnië, Servië, Hongarije, Oostenrijk, Tsjechië en Duitsland weer naar huis. In totaal verwacht hij hier ongeveer een maand over te doen.

Derek en ik verhuisden naar een goedkoper hotel, waar we 5 nachten hadden geboekt om vanuit daar alle visum rompslomp te regelen. Het hele visumgedoe voor Iran en Pakistan is een lang verhaal. In het kort komt het er op neer dat we onze paspoorten naar Nederland moesten sturen om vanuit daar het visum voor Pakistan aan te vragen en het is nog maar de vraag of dit helemaal gaat lukken. Daarna kunnen we vanuit Erzurum het visum voor Iran aanvragen. Een uitgebreidere klaagzang over het visumdrama staat hieronder in rode tekst, maar als je geen zin hebt in lezen over bureaucratisch geneuzel dan zou ik dat stuk vooral overslaan.

Klik hier voor het visumdrama

In Nederland hadden wij een visumbedrijf ingeschakeld om onze vragen te beantwoorden en onze aanvragen bij de ambassades in Den Haag in te dienen. De eigenaar van dit visumbedrijf vertelde ons dat Pakistan als eis heeft dat je eerst de visa van het land ervoor en het land erna moet hebben. We vonden dit al een vreemde regel, want als elk land deze eis zou hebben kan er theoretisch gezien geen enkel visum aangevraagd worden. Enfin, we vertrouwden op zijn advies en gingen eerst Iran aanvragen. Hiervoor hadden we een uitnodiging nodig die hij niet kon regelen, maar een ander bedrijf genaamd CIBT kon dit wel en dit zou zo’n 3 weken duren. In de tussentijd hebben we India, Rusland en Kazachstan geregeld. Alles duurde langer dan verwacht en de aanvraag voor Iran kon pas een week voor vertrek  worden gestart. Ineens kregen we het bericht dat de regels van de Iraanse ambassade waren aangepast en dat we zelf naar het consulaat moesten om bij de aanvraag onze vingerafdrukken achter te laten. We sprongen direct in de auto naar Den Haag. Eenmaal aangekomen bij het consulaat werd ons verteld dat we na afgifte van het visum binnen 14 dagen het land in zouden moeten. Nou rijden wij niet langzaam, maar in 14 dagen van Nederland naar Iran zagen wij niet zitten. Het advies bij het consulaat was om de uitnodiging die het CIBT had geregeld naar het consulaat in Erzurum te laten sturen, zodat we daar het visum voor Iran konden aanvragen. Aangezien Pakistan het visum voor Iran zou eisen, konden we Pakistan ook nog niet aanvragen. We zochten even kort op internet en lazen dat het mensen wel is gelukt om in Iran het visum voor Pakistan aan te vragen.

Toen we in Erzurum waren aangekomen bleek dat de uitnodiging voor Iran niet verstuurd kon worden naar het consulaat in Erzurum, omdat de uitnodiging al te oud zou zijn. Het visum voor Iran viel dus nog niet mee, maar in de tussentijd hadden we veel verhalen op internet gelezen en kwamen we tot de conclusie dat Iran geen probleem moet vormen. In het ergste geval zouden we nog 2 weken moeten wachten op een nieuwe uitnodiging. In de tussentijd wilden we het visum voor Pakistan gaan regelen. Na twee dagen lang onderzoek op internet bleek echter dat Pakistan de regel heeft (al sinds meer dan een jaar) dat je het visum alleen in je thuisland kan aanvragen. Inmiddels hadden we het visumbedrijf dat we hadden ingeschakeld flink vervloekt, de informatie die we kregen klopte vaker niet dan wel en als we alles zelf gedaan zouden hebben waren we hier al veel eerder achter gekomen. Er zat niets anders op dan de paspoorten naar Nederland te versturen. We hadden afgesproken dat het andere visumbedrijf, CIBT (een grote internationale organisatie), onze aanvraag voor Pakistan zou behandelen. Zaterdag 11 mei verstuurden we onze paspoorten inclusief aanvraag voor Pakistan naar CIBT in Nederland. Woensdag 15 mei kreeg ik een telefoontje vanuit Istanbul, blijkbaar begrepen ze het adres niet. Dit was een postbusnummer en daar deden ze niet aan. We gaven snel het bezoekadres door van CIBT en de volgende dag werden onze paspoorten afgeleverd. Vrijdag kregen we te horen van CIBT dat het consulaat onze aanvragen had geweigerd, omdat we geen werkgeversverklaring hadden bijgevoegd (dat was volgens CIBT niet noodzakelijk). We gingen gelijk naar een internetcafé om onze werkgevers een werkgeversverklaring te laten ondertekenen en ingescand terug te mailen. Na deze snelle service van onze werkgevers (bedankt!) konden we de scans doormailen naar CIBT. Helaas was het de volgende dag weekend en de eerstvolgende maandag Pinksteren, waardoor dinsdag de aanvraag pas weer kan worden ingeleverd bij het consulaat.

Wij willen voor Pakistan een double entry visa hebben, wat betekent dat we twee keer Pakistan in mogen. Dat is nodig, omdat we tussendoor naar India willen. CIBT zegt echter dat Pakistan alleen maar een double entry visum afgeeft als je al eerder in Pakistan bent geweest. Op internet lezen we hier echter niets over, dus we proberen het gewoon. In het ergste geval weigert Pakistan onze aanvraag en kunnen we heel Pakistan niet in. Dan hebben we een probleem. In het iets minder erge geval krijgen we een single entry visa, waardoor we niet tussendoor India in kunnen. India vervalt dan uit het reisplan. In het meest optimale geval krijgen we een double entry visa en kunnen we onze reis als gepland vervolgen (weliswaar met wat minder tijd in Iran en Pakistan, maar dat kunnen we hebben in de tijdsplanning).

Inmiddels is er een nieuwe aanvraag voor een uitnodiging voor Iran in gang gezet. Die is ongetwijfeld eerder klaar dan dat de paspoorten weer terug in Turkije zijn. Zodra we de paspoorten weer hebben kunnen we het visum voor Iran in Erzurum gaan aanvragen en daarna kunnen we eindelijk door! 

Tot 14 mei zaten we nog in het hotel in Erzurum. Naast het regelen van de visa hebben we allerlei reparaties laten uitvoeren, zoals wat kapotte ritsen van het motorpak, afgebroken bidonhouders aan de koffers en een gescheurde tentzak. Verder hebben we de paar toeristische attracties die Erzurum te bieden heeft bezocht (lang leve de Lonely Planet).

We besloten om naar de Zwarte Zee te rijden, in de hoop daar een leuke camping aan het water te vinden met internet (om de voortgang van de visa-aanvragen te kunnen volgen). Het zou daar ook wat beter weer zijn dan in Erzurum. Het eerste uur rijden vanuit Erzurum was het nog redelijk koud, maar daarna werd het meteen beter. We reden door een schitterend gebied en stopten nog bij de Tortum waterval, die met 50 meter hoogte niet spectaculair maar toch wel heel mooi was. We reden door naar de kust, een tocht van 230km die fantastisch begon met slingerende wegen door mooie natuur. Halverwege waren er een hoop wegwerkzaamheden en werden de wegen slechter, dat hield helaas niet op tot we aan de kust waren. Daar werden we ontvangen met een donkere lucht en regen, maar gelukkig hield dat vrij snel op toen we in Fındıklı aankwamen, waar volgens google een camping zou zitten. Echt een camping kon je het niet noemen, maar er was wel een café (met Efes!) dat was gesloten en een grasveldje. We besloten om onze tentjes op te zetten en af te wachten of er ’s avonds nog iemand zou langskomen. In de tussentijd liepen we het stadje in, waar een jongen die een paar woorden Engels sprak (letterlijk) ons uitnodigde om een kopje thee te komen drinken in zijn café. In dat café kwam na een half uurtje ineens een man naar ons toe die de eigenaar bleek te zijn van de camping waar we onze tentjes hadden opgezet. Zijn broer zat ook in het café en had begrepen dat wij een camping zochten, dus die had hem gebeld… Een klein stadje, blijkbaar. Samen met de campingeigenaar, die wel een klein beetje Engels sprak, liepen we terug naar de camping. Samen met hem en een jongere stamgast hebben we de hele avond buiten gezeten, Efes gedronken en vlees gegrild. Genieten!

Een kleine drie uur rijden richting het westen lag volgens de Lonely Planet nog een klooster in de bergen die de moeite waard was om te bezoeken. Daar in de buurt zouden ook genoeg campings zijn, dus reden we daarheen. Het stuk rijden langs de kust was niet geweldig, maar het laatste half uur het binnenland in bestond uit mooie bergen met groene bossen. Het bleek niet voor niets zo groen, het regent er regelmatig…

De volgende dag zijn we naar een goedkopere camping verhuisd, zo’n 2 km verderop. Daar ontmoetten we een Nederlands stel van eind 50, begin 60 (schatten we), dat een rondje Zwarte Zee aan het doen was met een camper. Het was leuk om de ervaringen in Turkije met andere Nederlanders uit te wisselen.

Die middag reden we richting een stadje in de buurt, waar we wat informatie over het klooster wilden zoeken. Onderweg kwamen we ineens twee motorrijders uit Oostenrijk tegen, die op weg waren naar het klooster. We besloten om daar samen heen te rijden en over een verrassend leuke slingerweg reden we met z’n vieren naar het klooster in de bergen. Het was een mooi gezicht van buiten, maar we zijn het klooster niet in geweest. De Oostenrijkers hadden hier weinig zin in en wij vonden het ook wel prima, in Griekenland vonden we de kloosters van buiten ook veel mooier dan van binnen. Daarna zijn we naar het stadje in de buurt gereden om met z’n vieren wat te gaan eten. In half Engels en half Duits hebben we de hele middag gezellig zitten ouwehoeren, waarna we bij hetzelfde restaurant gelijk maar hebben gedineerd. Eén van de Oostenrijkers vroeg aan de ober of ze ook Efes hadden. Dat hadden ze niet, maar de ober wilde wel naar een winkeltje in de buurt gaan om voor ons Efes te kopen. Kort daarna kwam hij terug met vier blikken Efes met een grijs papiertje er omheen gewikkeld, want voorbijgangers mochten natuurlijk niet zien dat we bier dronken. Nu dronken we papier.

De twee Oostenrijkers, beiden in de 50, hadden wel een tentje bij zich maar hadden toen alleen nog in hotels geslapen. Deze nacht vonden ze het echter wel leuk om mee te gaan naar de camping, waar we middernacht hun tent hebben opgezet. De volgende ochtend hebben we na het ontbijt weer afscheid genomen van de Oostenrijkers.

Die avond kwam er een fietser aan op de camping en ja hoor, het was een Nederlander. Hij was van Istanbul naar Teheran (Iran) aan het fietsen. We hebben de hele avond reisverhalen uitgewisseld bij een iets te groot kampvuur (2 liter benzine bleek toch wat overdreven om een kampvuurtje aan te maken).

We hadden op internet gezien dat de weersverwachting aan de kust niet zo goed was en dat we richting het zuiden moesten rijden voor mooi weer. We vonden een gebied met een paar meertjes, waar we misschien wel een camping konden vinden (die zijn er niet veel in Turkije). Het zou ongeveer anderhalve dag rijden zijn. De eerste dag was niet geweldig en het was nog redelijk slecht weer. Tegen het einde van de dag werd het droog en de omgeving werd steeds mooier. We reden we langs een rivier tussen enorme rotsen en watervallen. We vonden een grasveldje langs de rivier, waar we die nacht wilden kamperen. Al snel kwam er een jongen vanuit de overkant van de straat gelopen, die daar met wat vrienden aan het BBQ-en was en ons uitnodigde om mee te eten. Dat aanbod sloegen we natuurlijk niet af en samen met wat zeer matig Engels sprekende Turken aten we lekker vlees en dronken we …. water.

De volgende ochtend begon goed, met lekker weer en een mooie route. In de stad Elazig hebben we in een internetcafé via booking.com een goedkoop hotel geboekt in Malatya, op ongeveer een uur rijden afstand. We hebben bij een restaurantje langs de weg geluncht, waarna – zoals wel vaker het geval is – er ongeveer 10 mensen, waaronder al het personeel van het restaurant, ons stonden uit te zwaaien toen we wegreden. In de middag kwamen we aan bij het hotel in het centrum van Malatya,  inclusief dakterras op 6 hoog waar we onbeperkt thee kunnen drinken.

Vanuit het hotel hebben we dit blogbericht gemaakt en uitgezocht wat we willen gaan doen en of er campings in de buurt zijn. Dat laatste is niet het geval en we zijn nu van plan om te kijken of we bij een meer in de buurt kunnen wildkamperen voor 1 of 2 nachten. Als de weersvoorspellingen wat beter worden, willen we nog naar het Van meer, een gigantisch meer in het oosten van Turkije. We balen er van dat we nog niet door kunnen, maar er zijn zeker vervelender landen om wat langer te moeten blijven!

Groeten vanuit Turkije en dit keer hopen we wederom dat het volgende bericht vanuit Iran geplaatst kan worden…!